Meester van de Derny
Arie Simon
Ze zeggen altijd tegen Arie: ‘Ach, zo’n brommertje maken is niet zo moeilijk’. Meestal haalt hij dan zijn schouders op en bromt wat. Die mensen snappen het niet. ,,Ze begrijpen niet dat er veel gevoel bij komt kijken. Om je een idee te geven wat ik ermee bedoel: ik kan langs de kant van de piste horen hoe hard iemand rijdt wanneer hij passeert.’’Wat Simon, ondertussen al 78, eigenlijk wil zeggen is dat hij één is met de gemotoriseerde fietsen waarachter baanrenners tot ongelooflijke snelheden kunnen komen. Járen terug stortte hij zich vol passie op de techniek van de tweewielers die hij als kleine jongen zo dikwijls in de rondte had zien rijden op de betonnen baan van het Olympisch stadion in Amsterdam. Door stom toeval kwam hij er achter dat een derny nog beter zou functioneren met een kleine aanpassing. ,,Een grotere cilinderkop, dat was mijn vinding. Ik had dat gezien bij een gozer wiens brommer bij een politiecontrole zomaar 80, 85 km/uur liep. Daar ben ik toen mee gaan experimenteren. De hele gangmakerwereld keek ervan op, maar binnen drie maanden verschenen ze allemaal met een ‘opgevoerde’ derny op de baan.’’ Niet dat ze daardoor ook gelijk stukken betere aanjagers voor de renners waren. Arie: ,,Het komt steeds weer neer op dat gevoel. Je weet dat een renner, wanneer hij in de koers moet versnellen, niet ineens naar voren schiet, dus heel snel kan accelereren. Dat motortje van je derny moet dus geleidelijk aan harder kunnen gaan lopen. Het is een kwestie van doseren. Als het motorblok rustig loopt, wil-ie gaan viertakten, en dan kan zo’n machine nog wel eens overslaan. Door een kleinere sproeier te monteren los je dat probleem weliswaar weg, maar de vraag is of je er dan nog voldoende snelheid uit kunt halen die nodig is om een renner te begeleiden…’’
Daar schuilt dus de kracht van Simon die als ‘chauffeur’ overal in Europa toppers aan zijn achterwiel had hangen. Hij kent – en waarschijnlijk als enige ter wereld – de geheimen van het afstellen van een derny. In de loop der jaren bouwde de Amsterdammer ruim driehonderd exemplaren die over de gehele wereld gretig aftrek vonden. ,,Ze rijden in China, Amerika, Nieuw-Zeeland, de Arabische Emiraten, Oostenrijk, Frankrijk, Polen, Denemarken, ach, waar niet. Andere mensen hebben ook geprobeerd een deugdelijke machine te ontwerpen. Zonder op te scheppen zeg ik: wat er in de rest van de wereld wordt gemaakt, is hopeloos…..’’






Herman Bakker | 0031 654 25 37 53 | 
Michel Vaarten | 0032 49 75 84 664 |
